Ooievaar

de lente begint
met gespetter en gekwaak
hoog, een ooievaar

Amsterdam is de hoofdstad van ons land, maar de regering zetelt in Den Haag. Is dat niet raar? Nee, want toevallig is Den Haag wel de ooievaarsstad. En als je iets meer van ooievaars weet dan begrijp je het wel.

Over het denken van ooievaars is weinig bekend, maar hun verenkleed is opvallend zwartwit. Rood is een minderheidskleur, te vinden op de snavel en de poten die ze altijd in de modder steken. Hun luid geklepper hoor je al van kilometers afstand. Hoogvliegers zijn het, wijd slaan hun vleugels en ver steken ze hun nek uit. Bij voorkeur vliegen ze rond in eindeloze cirkels, zwevend op de gunstigste luchtstroom. Op het land stappen ze parmantig rond, hoog op de poten, maar pas op! Ze vliegen graag naar het platteland en plukken daar weerloze kuikens en kale kikkers. In de wintertijd als iedereen het zwaar heeft, zie je ze niet – ze zitten er dan warmpjes bij in een ver land. Terug in ons land nestelen ze zich hoog boven de wereld verheven op hun horst. Broedend op een toekomstige generatie van dezelfde pluimage.

Ooit waren ze bijna uitgestorven, de ooievaars, maar ze zijn weer helemaal terug.

Gepubliceerd door

Ron Poot

Ron Poot, geboren in 1956 te Bodegraven. Opgegroeid in het groene hart van Holland. Van jongs af aan gefascineerd door de natuur om hem heen. Altijd op zoek naar het bijzondere dat verborgen is in het gewone.

Een gedachte over “Ooievaar”

  1. mooie plaat, grappig die tekst, zeker tussen de regels door.
    ik maakte via twitter mijn volgers atent op……..

Reacties zijn gesloten.