Vrije vogels

in het vrije veld
zingt een vrije vogel
zijn hoogste lied

In het veld klinkt het openingsakkoord van de Vijfde Symfonie van Beethoven. Tsi tsi tsi tsièèèèè. Op een hekje vlakbij zit een Geelgors. Een klein vogeltje, zo groot als een mus, met bruine en gele tinten. Keer op keer herhaalt hij de opening van de beroemde Symfonie nummer V.

Dezelfde tonen vormen in het Morse alfabet de letter V. Drie kort, één lang. De V van de Vijfde Symfonie. De V van Vrede en van Vrijheid. Om die reden werd in de Tweede wereldoorlog Beethovens openingsstrofe het teken van vrede en hoop op het einde van de oorlog. Elke keer als die tonen klonken, keken de mensen elkaar aan. Vrede. Vrijheid.

Als de Geelgors zijn liedje van Vrede en Vrijheid laat klinken, heeft dat ook die betekenis. De Geelgors is een bedreigde vogel die door bebouwing en intensieve landbouw verdreven is uit zijn natuurlijke leefomgeving, opgejaagd naar de laatste geschikte biotopen in de uithoeken van het land. Hij staat symbool voor zijn familieleden die in ons land zijn uitgestorven: de Ortolaan, de Grauwe gors. Opgeofferd aan de landbouwindustrie die zoveel “levensruimte” nodig heeft. Is er nog hoop? Voor de Geelgors wel. Herstel van het landschap, met bosjes, heggen en houtwallen, heeft de populatie weer iets doen herstellen. Natuurbescherming geeft de Geelgors een kans te overleven. Als het riedeltje van de Geelgors klinkt, klinkt de symfonie van de vrije vogel in het vrije veld, geen vanzelfsprekendheid.

Al lang voor Beethoven zijn symfonie schreef, zong de Geelgors zijn korte liedje. Misschien inspireerde hij hem wel en maakte Beethoven het lied van de Geelgors alleen maar af.

 

-naar Facebookpagina-

Gepubliceerd door

Ron Poot

Ron Poot, geboren in 1956 te Bodegraven. Opgegroeid in het groene hart van Holland. Van jongs af aan gefascineerd door de natuur om hem heen. Altijd op zoek naar het bijzondere dat verborgen is in het gewone.