Koraalzwammen

stil begint de herfst
maar dan schallen schel en luid
de koraalzwammen

Kleverige koraalzwam

je vindt ze
in de donkerste bossen
onder dichte naaldbomen
ze eten dood hout
en vermolmde stronken

taaie jongens
een beetje glibberig
niet te eten
een beetje raar gevormd
kleverig

maar
als je ze tegenkomt
licht het hele bos op
de straathoekwerkers
van het bos
zo mooi

kleverige koraalzwammen

Plezierjacht

dode takken
deinen voorbij, verdwijnen
acht edelherten

Edelherten

Ik mag meedoen aan een enquete van Natuurmonumenten over het beheer van wilde dieren:  “of ik het goed vind, dat er soms herten of zwijnen worden afgeschoten”

ik snap best
als er ergens veel te veel dieren zijn
er erg veel schade berokkend wordt
er gevaar is voor het drukke verkeer
er ziekten overgebracht worden
dat er in ons overbevolkte land
soms dieren worden afgeschoten
soms

maar
dat iemand
uren lang zit te wachten
om een hert in het vizier te krijgen
zo’n prachtig groot en vredelievend dier
dan doelbewust aanlegt
richt en mikt
afvuurt
en ziet hoe
het dier getroffen
bloedend schreeuwend wankelt
stuiptrekkend neervalt sterft
de ogen star de poten stijf
en daar plezier
aan beleeft

dat snap ik niet
nooit

Enquete natuurmonumenten

Vlinderstruik

kleurige blaadjes
wapperend zonder wind
vlinderende struik

Koningspage in een vlinderstruik

ongehinderd
honing drinkend
vrolijk vlinderend
van bloem tot bloem

zinderend
in de zomerhitte
verzadigd zittend
op een bloem

eindelijk!
eind augustus!
uiteindelijk toch nog!

zomer!

Netelig

zomeravond
vervuld van onverwachte
prikkelingen

Grote brandnetel

En zo overpeinsde ik
dat ik het nog nooit heb meegemaakt

dat pissebedden in bedden pissen
dat oorwurmen in oren wurmen
dat vliegenzwammen met vliegen zwammen
dat orchideeën aan orgies deden
of kalebassen bassen als kale bassen

maar waarom dan wel

brandnetels?

(Door plotse aandrang overmand
verdrong instinct ’t gezond verstand
geen aandacht meer voor bloem of plant
met vrijgemaakte onderkant
te haastig in een berm beland
pragmatisch maar niet erg charmant
tussen kruiden neer geland
en toen die netels en die brand)

Shit

Multiculti

vreemde vogels
aangevlogen aangewaaid
kleuren de polder

Turkse tortel

Nog maar net uitgevlogen zit hij op de pergola, de jonge duif. Een jonge Turkse tortel, nakomeling van een immigrant. In de jaren vijftig vestigden de eerste Turkse tortels zich in het land en sindsdien zijn ze langzaam ingeburgerd. Nu zijn ze een doodnormale verschijning en leven ze vreedzaam naast in inheemse houtduif, holenduif en zomertortel.

Er zijn meer immigranten in ons land en je kunt het soms horen aan hun naam: vlaamse gaai, canadese gans, engels gras, hongaarse raket, amerikaans krentenboompje, japanse duizendknoop, virginische kruidkers, noorse witsnuitlibel, …

Vreedzaam leven ze tussen onze hollandse boerenzwaluwen en paardenbloemen. Zo multiculti is de vrije natuur. De VRIJE natuur.

Reflectie

vrolijk snaterend
verfrommelen de eendjes
de waterspiegel

Markgraven

Ik wandel langs het kanaal in de buurt. De huizen van de wijk weerspiegelen in het stille water. Plotseling is er een windvlaag, het water komt in beweging. De spiegeling verandert opeens in een bont patroon van kleurige vlekken en strepen, een levendig schilderij. Een reflectie van de werkelijkheid, nog net herkenbaar, maar zoveel mooier.

Als we op een terrasje gaan zitten of in een restaurant, altijd kom ik op de een of andere manier met mijn rug naar de mensen te zitten. Mijn vrouw niet, die zit strategisch met het volle zicht op het publiek. Al snel krijg ik een levendig verslag van alles wat zich achter mij afspeelt. Onvoorstelbaar. In mijn hoofd ontstaat een bont tafereel van bijzondere mensen en gebeurtenissen. Een wereld vol spannende verhalen.

Soms kan ik de verleiding niet weerstaan. Tegen beter weten draai ik me heel even om. Maar ik, ik zie alleen maar een saaie kanaaloever.

Gletscher

de gletsjer
ooit begonnen als een klein
sneeuwvlokje

Gletsjer Taschachhaus

We hebben 1724 km koolzuurgas uitgestoten om met eigen ogen te kunnen zien wat we al wisten. De teloorgang van de gletsjers.

De pensionhoudster en zelfs de jeugdige berggids kunnen er uit eigen ervaring over meepraten: in de loop van enkele decennia zijn de indrukwekkende ijsmassa’s geslonken, ineengekrompen als met zout bestrooide naaktslakken, tot gerimpelde korsten, grijs en grauw weggescholen in de rotsformaties. Puinhellingen en morenes getuigen waar ooit de randen lagen. Een berghut, gebouwd aan de rand van de gletsjer, ligt verdwaasd verdwaald terzijde aan de rand van het puindal.

Wat we al wisten wordt nu waarheid, met eigen ogen zien is geloven. We lopen van hut naar hut, op naar het volgende gletsjerdal en we zien hetzelfde nog eens. Toch nog indrukwekkend zijn de ijsresten als we de kleine stipjes op de gletsjer zien. Mensen die de oversteek wagen, bergbeklimmers met touwen en pikhouwelen.

In één generatie is dit alles gebeurd, nog een generatie verder en het is over en uit met de gletsjers. De oorzaak wordt op hoog wetenschappelijk niveau betwist, broeikaseffect of natuurlijke klimaatschommelingen? Zolang de wetenschappers het niet eens zijn, komt dat een paar grote economieën goed uit. Wereldwijde klimaatmaatregelen blijven uit, alle Kyoto protocollen ten spijt. En er zijn grotere rampen nodig dan een paar smeltende gletsjers om van economen ecologen te maken.

De catastrofes komen, onverbiddelijk, zo zijn natuurwetten nu eenmaal. We kunnen er op wachten en we kunnen het meemaken, maar of we het  kunnen overleven is de vraag.

Twente-sonnet

de blauwe hemel
langs het pad uiteengespat
klokjesgentiaan

Klokjesgentiaan

Loflied op Twente

Al duizend eeuwen terug is het begonnen
De ijstijd heeft het vlakke land geplooid
Een zwerfkei ligt er zomaar weggegooid
Het hoogveen uitgespreid, nog niet ontgonnen.

Een rijker landschap ziet men nog maar zelden
De rogge-akkers glanzendgoud van graan
Het veen is blauw versierd met gentiaan
De heuvels paars geverfd door heidevelden.

Hier heeft de Twentse boer zijn land gevonden
Het vee graast vredig langs een smalle beek
De jachtopziener maakt zijn laatste ronde
De stadsmens komt er voor een korte break
Een ieder die hier woont zegt onomwonden
Wees welkom hier, in onze mooie streek.


Vervolg Twente-sonnet

Elke regel van bovenstaand mastersonnet is de beginregel van een nieuw sonnet.

Bergwandeling

een alpenmarmot
fluit over de alpenwei
gewaarschuwd mens

Bergwandeling

vanuit de luwte
van het bos klim ik omhoog
de bergen in

het bergpad is smal
steil en stenig, niet struikelen
steeds hoger

de zon wordt feller
de bloemen steeds mooier
het uitzicht grootser

geen bomen meer
de lucht wordt ijl, ademnood
geen schaduw

het pad wordt ruig
over sneeuw en schuivend puin
diepe ravijnen

de hut verschijnt
mijn doel bereikt, anderen
beginnen hier pas

met pikhouwelen
klimijzers hamers touwen
geen berg is te hoog

ik niet, ik stop
morgen ga ik weer omlaag
bergpad – levenspad

Crisis

de kale grond
zonder heersers zonder rijkdom
plek voor iedereen

Kleine Zonnedauw en Moeraswolfsklauw op geplagde heide.

In een heidegebiedje dat we onderzoeken groeien enkele zeldzame planten. Nog maar een paar, maar ze zijn het beschermen waard. Hun voortbestaan is onzeker, want grote dominante planten als Struikhei en Pijpenstrootje dreigen deze kwetsbare soorten te overgroeien.

De ingreep is rigoreus. Grote stukken hei zijn weggeplagd tot op de kale grond. Ingrijpend maar doordacht, want de zaadbank in de ondergrond is gespaard gebleven. De mensen die voorbij lopen zijn echter verbijsterd. Hoe kan dit ooit goed komen?

Het is vijf jaar later. De heide herstelt zich nog steeds. Bijzondere planten komen in grotere aantallen terug. Beenbreek. Zonnedauw. Kartelblad. Er zijn nieuwe bijzondere soorten bijgekomen, pioniers die nooit eerder een kans hadden. Wolfsklauw. Moerashertshooi. Oeverkruid. De dominante grootmachten van weleer zijn er ook nog, maar zingen een toontje lager. De vegetatie is rijker dan ooit.

Crisistijd. Terug naar de kale grond van het bestaan. Grote ingrepen. Het kan veel opleveren als het doordacht gebeurt, als oude zaden en jonge pioniers een kans krijgen.

Subcultuur

tussen de tegels
talloze keren vertrapt
levend straatgras

Langs een rogge akker

Aan de rand van de akker
waar het cultuurland ophoudt en het pad begint
waar wel eens een wandelaar voorbijwandelt
of een landbouwvoertuig overheen dendert
daar is het nutteloze niemandsland
daar groeien nutteloze planten
ongeordend door elkaar
het recht van de sterkste
in talloze kleuren en tinten
vol fladderende zoemende stekende beestjes.
In die rand worden nieuwe ideeën geboren.

Aan de rand van de beschaving
waar de geharkte tuintjes stoppen en de straat begint
waar wel eens een wandelaar voorbijsnelt
of een politiebus langzaam langsrijdt
daar is het nutteloze niemandsland
daar hangen nutteloze jongeren
ongeordend door elkaar
het recht van de sterkste
in talloze kleuren en tinten
rappen en dansen en blowen als beesten.
In die rand worden nieuwe ideeën geboren.

*

Onkruid, Mach&Jesse
In Spin, Onkruid vergaat niet, Mach&Jesse

Ongewenste zwarte

overgevlogen
in een ver land neergedaald
neergehaald

Kauw

Nederland heeft last van exoten. Vreemde planten en dieren die in ons land zijn terecht gekomen en een plaag vormen. De Nijlgans, de Tijgermug en de Japanse duizendknoop zijn voorbeelden van dit soort ongewenste vreemdelingen.

Niet alle exoten vormen een bedreiging. Neem bijvoorbeeld de Huiskraai. Deze zwarte vogel, die uiterlijk een beetje tussen Kauw en Zwarte kraai inzit, is met vrachtschepen meegekomen en heeft zich in Hoek van Holland gevestigd. Al bijna twintig jaar handhaaft deze illegale bootvluchteling zich daar, is volledig geïntegreerd en leeft vredig samen met de kraaien en kauwtjes uit de buurt. Er zitten er enkele tientallen en ze geven geen enkele overlast.

Toch staat juist de Huiskraai bovenaan het lijstje als het gaat om de aanpak van de bestrijding van exoten. De jachtvergunning is al gegeven. Waarom? Omdat het kan. De populatie is klein en overzichtelijk, de bestrijding is eenvoudig en goedkoop te organiseren en de beleidsmakers kunnen snel met een resultaat naar buiten komen. Daadkracht tonen! Dat deze vreemdelingen ingeburgerd en onschadelijk zijn doet niet ter zake. De echte probleemexoten zijn veel lastiger aan te pakken, de bestrijding is duur en zij blijven ongemoeid.

Vreemd? Welnee, deze aanpak is geheel in lijn met de wijze waarop het uitzettingsbeleid voor onze asielzoekende medemensen wordt uitgevoerd.

 

petitie: Red de Huiskraai

Onkruid

diep verborgen
je moet bukken om ze te zien
mijn bosviooltjes

Donkersporig bosviooltje

Ik houd van onkruid. Elke keer als ik in de tuin bezig ben merk ik het weer. In mijn tuin groeien wel vijftig wilde soorten binnen de gevestigde orde van vaste planten. Ik ken hun namen beter dan die van de tuinplanten. Ik houd van ze om hun vorm en kleur maar nog meer om hun karakter en gedrag. Gedrag? Ja, ook planten tonen gedrag en vooral onkruid.

Het vogelmuur, fris en uitbundig, woekert snel maar laat zich ook makkelijk weghalen. De bosviooltjes bloeien maar even, bescheiden verstopt onder de struiken. De karmozijnbes, ooit spontaan opgekomen, neemt fors en kleurrijk haar ruimte in. De akkerdistels, zo stekelig en hinderlijk als ze zijn, zo mooi zijn hun bloemen. Gehoornde klaverzuring met haar mystieke bruine kleuren is charmant en opdringerig tegelijk. De geheimzinnige wespenorchis verschijnt en verdwijnt geruisloos met een onopvallende schoonheid. Zo kan ik wel tot vijftig doorgaan.

Het ergste en het leukste is, dat ik bij de planten gezichten zie. Bekende gezichten. Het zijn de mensen om me heen met hun eigenaardigheden en hun eigen aardigheden  waaraan ik moet denken. Uitbundig, bescheiden, spontaan, dominant, hinderlijk, mystiek, opdringerig, onopvallend, …

Daarom houd ik van onkruid en ik schoffel en koester, bestrijd en bewonder, verwijder en bescherm mijn planten-tussen-de-planten met liefde en respect.

 

Jachttrofeeën

ochtendstemming
de roep van de kraanvogels
rimpelt de nevel

Edelherten

Met mijn beste vriend op jacht. Ons jachtterrein is een wildrijk gebied met bossen, plassen en moerassen. Tot de tanden toe bewapend betrekken we bij het eerste licht een hutje in het riet en wachten. Wachten is geen straf met de ochtendmist nog boven het water en het geroep van roerdomp en kraanvogels op de achtergrond. In de bomen wielewalen de wielewalen.

Plotseling geluid vlakbij, het geklots van voeten in het water. Boven het riet uit steken geweien. Acht prachtige mannetjes edelherten trekken langs onze schuilplaats door het water. We leggen aan en onze canonnen vuren. Van zo dichtbij kunnen we alleen maar raak schieten.

Het getroffen wild kijkt op en snuift, loopt door. Gehaast, geschrokken door geluid en mensengeur. Wij bekijken onze buit en glunderen bij het zien van de foto’s. In gedachten prijken onze jachttrofeeeën al aan de muur.

Verandermanagement

kruip uit je huid
spreid je beide vleugels wijd
uit en vlieg weg

Uitsluipende libel

Libellen ondergaan in hun leven een ingrijpende verandering. Ze veranderen van waterdier naar landdier. De metamorfose is onontkoombaar, onomkeerbaar en vol risico’s. Als donker waterinsect kruipt de larf in de vroege morgen langs een rietstengel omhoog. Het beest barst open en langzaam maar zeker sluipt de libel uit de huid. In een uur is het gebeurd en hangt er een prachtig gekleurde libel die even later snorrend wegvliegt.

Dit proces duurt kort en lang tegelijk. Kort, gezien de enorme verandering die het dier ondergaat. Lang, als je kijkt naar de enorme risico’s die het beestje loopt. Meer dan een uur bungelen tussen hemel en aarde, niet kunnen wegzwemmen, niet kunnen wegvliegen. Een makkelijke prooi voor een voorbijvliegende vogel. De tere vleugels moeten zich nog ontplooien en ze zijn door een enkele windvlaag makkelijk te beschadigen.

Elke libel moet dit ondergaan, zo gaat het al tienduizenden jaren lang. Er zijn slachtoffers, die ten prooi vallen aan andere dieren of verminkt ter wereld komen. Echter, voor het voortbestaan van de soort is de verandering nodig, want alleen vliegende libellen planten zich voort. Risico vermijden is geen optie ondanks het gevaar dat elk individu loopt. Maar het resultaat loont, want libellen tonen zich in hun bestaan een succesvolle diergroep.

Er zijn dure workshops en cursussen te volgen over verandermanagement, in chique leslokalen. Je kunt ook aan de slootkant zitten en gratis les krijgen van Moeder Natuur zelf.

VerVreemd


verwonderd zwerven
in verre steden, bossen
vol vreemde vogels

Pocono Mountains

Amerika. Na vier dagen “Big Apple” zoeken we de rust van de natuur buiten de stad. Hoe anders is de natuur van een ander continent?

Mei, ontbottende bomen met bloesems, viooltjes in het gras, varens en bosbesstruiken in het bos. Niet hetzelfde als thuis, maar wel herkenbaar, haast vertrouwd.

Maar dan de vogelwereld. Op de vertrouwde huismus, spreeuw, kraai en wilde eend na zijn er hier wel heel veel vreemde veren. In felle kleuren, geel, blauw gestreept of rood en zwart, er vliegt van alles langs. Het vroege bos is gevuld met onbekend gezang, gekwetter met trillers, rollers, piepers en fluittonen die ik nog nooit gehoord heb. Mijn in jaren opgebouwde kennis blijkt ineens nutteloos in deze grote volière.

Opeens weet ik weer hoe het ooit was, toen ik als jong vogelaartje de vogelwereld verkende. Steeds weer die nieuwe soorten, de sensatie van een spannende ontdekkingsreis. Het tintelt weer als toen. Gewone vogels bestaan niet meer, alles is bijzonder, onweerstaanbaar om er achter aan te rennen. Verrukkelijk een vervreemde herinnering opgehaald.

Troebel water

goudvissen vluchten
onder de waterplanten –
gedachtenflitsen

mijn goudvissen

Eens in het jaar maak ik de vijver schoon, anders wordt het water zo troebel. Ik heb daar een eenvoudige methode voor die bij mijn kleine vijver prima werkt. Ik schep hem met emmers leeg en giet het water over de tuin. Elke keer als ik een emmer leegstort, kriebelt het van de larfjes, wormpjes, kreeftjes en ander klein spul. Tot groot plezier van de tuinvogels, die dit maaltje waterdiertjes als een welkome afwisseling zien. Soms komen er per ongeluk een paar goudvisjes in de emmer mee. Ik kan het dan niet over mijn hart verkrijgen de spartelende diertjes op het gras te laten liggen en zet ze zorgzaam terug in de vijver.

Op de dag dat ik de vijver schoonmaak meldt het nieuws de ontknoping van het gezinsdrama. Na twee weken zoeken zijn de twee broertjes Julian en Ruben eindelijk gevonden, vermoord. Heel Nederland leefde mee en zocht mee de afgelopen weken, hoop tegen beter weten in. In dezelfde periode geeft nieuws ook verslag van het geweld in Syrië en andere verre landen. Er zijn veel onschuldige burgerslachtoffers waaronder kinderen. De aandacht in het nieuws bleef ver in de schaduw van de zoektocht. Ik merkte dat het me soms ergerde. Waarom zijn de twee jongens belangrijker dan de talloze kinderen elders?

Het drama zit nog in mijn hoofd als ik weer een emmer leeggooi. Opeens zie ik wat ik doe. Zonder probleem laat ik honderden kleine kriebelbeestjes als vogelvoer liggen, maar die paar goudvissen zet ik terug. Waarom vind ik goudvissen belangrijker? Is dat omdat ik er ooit een paar euro voor betaald heb? Of omdat ze me zo aankijken met hun starende vissenogen? Of omdat ze groot en opvallend gekleurd zijn en zoveel dichter bij me staan dan die talloze anonieme waterbeestjes?

Eerlijk gezegd moet ik er niet aan denken tussen het gras te wroeten naar die honderden miniscule beestjes. Ondoenlijk. Die paar goudvisjes kan ik wel redden, geen probleem. En natuurlijk zie ik graag mooie goudvissen zwemmen in mijn schone heldere vijver.

Blauwtje

met een oogopslag
laat de blauwe voorjaarsbloem
mijn kou verdwijnen

Bloemen van Grote sneeuwroem, een soort wilde hyacint.

jouw stralend blauwe ogen
zo blauw als wilde hyacinten
lachen me uitdagend toe
jouw stralend blauwe ogen
kijken me aan en kijken van me af
je komt naar me toe en je gaat van me weg
jouw stalen blauwe ogen
zo wild als blauwe hyacinten.

Ground Zero

de tuinman veegt
de afgevallen bloesem
binnen de perken

Ground Zero

Je komt niet zomaar op Ground Zero. Van boven tot onder word je gecontroleerd en doorgelicht. Ook op het terrein zelf houden bewakers iedereen angstvallig in de gaten.

Op de plaats waar ooit die twee trotse torens stonden tref je nu ommuurde gaten. Bijna drieduizend namen staan er in het brons gekerfd. Vanuit de wanden stromen watervallen van eindeloze tranen in een bodemloze put. Hoeveel verdriet schuilt er achter elke naam?

Op Ground Zero groeit geen onkruid, er zijn alleen aangeplante bomen en perkplanten, binnen de daartoe bestemde kaders.
Een zwarte vogel komt zomaar uit de lucht aanvliegen en scharrelt in die perken, op zoek naar dode takjes. Die liggen er genoeg. Met een snavel vol vliegt hij even later ongehinderd weg, over het brons, over de bewakers, over de omheining. Zijn nest bouwt hij elders.

Moor Frog Blues


de blauwe hemel
brengt het grauwe veenmoeras
in voorjaarsstemming

Heikikker in de paringstijd

Het voorjaar begint pas echt als de smurfen er zijn. Ergens rond 1 april als je het voorjaar ruiken kunt, komen ze te voorschijn. In zure venige poelen vinden ze elkaar: de heikikkers.
De mannetjes zijn verbazingwekkend blauw. Onweerstaanbaar voor de vrouwtjes, die niets liever doen dan een blauwtje lopen. Hoe blauwer hoe beter. Een paar dagen paren ze dat het een lieve lust is en dan is het voorbij. Blauw wordt grauw, de eieren zijn gelegd, de liefde is over. Onzichtbaar trekken de kikkers zich terug in het moeras.

Het enige wat nu nog blauw is, is de stralende lucht en een blauwborst in de top van een berk die de Moor Frog Blues fluit.